In de loop van de geschiedenis zijn er heel veel mensen bezig geweest om te kunnen
vliegen.
Soms probeerden ze dit door hun eigen kracht, soms door gebruik te maken van de wind waarop ze konden zweven, of waarmee ze voorwerpen (bijvoorbeeld vliegers) in de lucht konden houden.
Het is altijd weer een spannend gezicht als een vliegtuig de lucht in gaat.
Maar hoe kan een vliegtuig eigenlijk vliegen?
IJzersterk moeten vliegtuigen zijn.
Maar een vliegtuig van ijzer is veel te zwaar om op te kunnen stijgen.
De eerste piloten van vliegtuigen waren vooral waaghalzen. Vaak waren het de bouwers van een vliegtuig, die het toestel zelf uittestten.
De besturing was heel vroeger nog niet echt heel moeilijk.
Maar al snel werden de vliegtuigen groter, gingen hoger vliegen en namen passagiers mee.
Een piloot van een vliegtuig moest vanaf dat moment echt wel een hoop dingen kunnen.
Als je met een klein vliegtuig ergens naartoe wilt, kun je natuurlijk niet zomaar in je vliegtuig stappen en wegvliegen, al heb je je vliegbrevet.
Er moeten een heleboel dingen gebeuren en je moet je aan allerlei regels houden.
In 1909 vloog Louis Bleriot in zijn eentje over Het Kanaal. Dat was in die tijd een geweldige en gedurfde operatie.
Je vindt hier de bouwplaat aan van het vliegtuig dat hij gebruikte.
Print het uit op stevig papier en maak er
(samen met de poppetjes) een diorama van.
Als je alleen het vliegtuig wilt maken, kun je ook de kleine versie gebruiken.
De poppetjes passen bij de grote versie.